In 2004 ga ik opzoek naar het leven van mijn grootmoeder


We zijn januari 2004 wanneer ik op de TGV stap richting Frankrijk. Zoals waarschijnlijk veel jongvolwassen ben ik bezig met het onderzoeken van mijn identiteit. Wie ben ik en vooral wie was mijn grootmoeder en waar kwam ze vandaan? Welke invloed hebben haar roots en het verlaten van haar thuisland op wie ik ben en wie ik wil worden.


Die zoektocht wordt mijn afstudeerproject als Master in de fotografie, en dat afstudeerproject zal samen met dat van mijn medestudenten te zien zijn op een tentoonstelling. In mijn hele zoektocht staat er één persoon centraal, mijn grootmoeder. Op dat moment is zij al overleden en toch wil ik heel erg graag een portret maken van haar, van mijn herinnering aan haar, van wie zij was voor mij.


Marguerite Caron,

oma,

mamie voor mij,

bijzondere vrouw,

anders dan alle andere

veilige haven,

eindeloos graag zien,

Een ode aan haar.


In 2004 maak ik het portret van mijn grootmoeder. Op dat moment voel ik geen verdriet meer om haar heengaan. Het rauwe gedeelte van rouw ligt achter me.

Ik ben een werk aan het maken over mijn roots, die eigenlijk de roots van mijn grootmoeder zijn.

Ze verliet haar thuisland Frankrijk tijdens WOII om hier in België, samen met mijn grootvader een nieuw leven op te bouwen.

De vraag wie mijn grootmoeder nu echt was en wie haar 'echte familie' was heeft me jaren bezig gehouden.

Want als er één ding was waar ik zeker van was, dan is het dat ze anders was dan wij.


Het portret dat ik van haar maakte is een ode aan wie ze was en hoe ik me haar herinner.

Mijn Franse grootmoeder, de beste chef- kok van de wereld zonder restaurant, straffe madam die op elke barricade zou gaan staan wanneer er haar iets verboden werd.

Marguerite Caron die haar land achterliet en ons Frankrijk schonk als tweede thuis.

Mamie

“Er is niets wat jij als meisje niet zou kunnen.”